Zaltbommel, de dijkhuizen.
Weliswaar heeft Zaltbommel in het buitengebied een paar dijkhuizen gehad, maar ter hoogte van het centrum dat tot in de 20e eeuw vrijwel heel de stad vormde wordt het een discussiepunt of we wel van zuivere dijkhuizen kunnen spreken. Aan de Waalzijde vielen al sinds de middeleeuwen waterkering en stadsverdediging grotendeels samen. Zeker aan de oostzijde was de loop van de Waal met kilometerslange meanders heel anders dan nu na het dwars doorsnijden van die meanders in de afgelopen 4 eeuwen. De Kil van Hurwenen en de meanders richting Neerijnen vervielen waardoor de Waal-loop bijna een rak, recht vaartracé werd. Bij de oude watertoren en het Oranjebolwerk lag Zaltbommel oorspronkelijk aan een buitenbocht van de Waal die vanaf Neerijnen kwam en naar Haaften afboog.
De middeleeuwse stadsmuur liep veelal achter of onder de huidige woningen aan de Waalkade en was daar veel hoger dan aan de zuidkant van de stad. Buiten de muur was de waterkering aangebracht waarop de huizen aan de Waalkade gedeeltelijk gebouwd zijn. Men kon daarbij niet straffeloos blijven ophogen omdat de wat magere stadsmuur van ca 75 cm dikte dit niet aan kon, vooral ook omdat er geen weergang op bogen achter stond. In de loop van de tijd is de wal dan ook wel opgehoogd, maar dichter bij de Waal. Toen de stadsmuur in de loop van de 16e eeuw aan belang verloor werd de dijk of wal het hoofd-verdedigingswerk. De dijkringen om de Bommelerwaard zijn dan een gesloten geheel en men moet dan de stadsverdediging en waterkering tegelijk op orde krijgen. Daar waar de dijken de grachten moesten oversteken werden gemetselde "beren" toegepast met uitsluitend schuine kanten waarover vijanden slechts uiterst moeizaam konden passeren. Meestal stond er ronde kegel midden op die nauwelijks passeerbaar was. Dit was aan de oostkant bij Heksenwal 2 vandaan naar de stadsdijk en aan de westkant was dat vanaf het beerebolwerk(kindertuin) naar de Steenweg.
Ten tijde van de stadsmuur kan men de beren hebben laten uitkomen bij muur torens die ook voor binnendringers zeer hinderlijk waren.
Tot zover dit militaire verhaal dat reden kan zijn om niet te spreken van dijkhuizen, maar van muurhuizen of huizen op de stadswallen die ook het water moesten keren.
De stad Zaltbommel is ontstaan op een van nature wat hoger terrein dat wat minder vatbaar was voor wateroverlast. De dijken behoefden hier dus niet zo veel grondverzet als in de lagere delen van de Bommelerwaard. In het algemeen is het zo, dat met allerlei ophogingen en ook wel afval stort op eigen terrein de steden langzamerhand steeds hoger komen te liggen. Van intense ophogingsactiviteiten zoals in Den Bosch was hier denk-ik geen sprake.
Als we terugkeren naar de periode waarop de dijkhuis inventarisatie van toepassing is, dan zien we, dat naderend aan het moment dat de wallen als verdedigingswerk worden opgegeven en Virieu de kans krijgt om er iets moois van te maken de kadastrale kaarten worden gemaakt. De Waalkade lijkt dan nog lang niet zo volgebouwd als hij nu is. Ter plaatse van Waalkade 20 heb ik in 1993 na sloop van het oude pand nog eens een beetje gezocht naar de stadsmuur en die was met redelijke waarschijnlijkheid ongeveer midden in het perceel vaststelbaar, oost-west lopend en ca 60 cm dik. De huidige bebouwing staat er schrijlings (à cheval) overheen. Op oude foto's van de Molenwal is het maar een ongeplaveid karrespoor zonder stadsmuur en huizen.
Verder is er van de stadsmuur in dit deel van de stad niet veel te zeggen omdat het archeologisch onderzoek zicht beperkte tot het zuidelijk deel van de stad waar het niet destructief voor de huidige bebouwing kon blijven.
Op de stads plattegronden die staan afgebeeld in "de versterkte stad Zaltbommel" van Hundertmark c.s. zien we de verdedigingswerken overtuigend afgebeeld, maar de aansluiting met de dijk stroom-op naar Hurwenen is minder duidelijk. Op de 16e eeuwse kaart van Van Deventer zien we een stukje weg of dijk dat stopt noordelijk van de Heksenwal waar een muurtoren staat. Op het 3D overzicht heb ik daar een beer gesuggereerd omdat dat punt is waar de Heksenwal naar de Oenselse poort af begon te dalen. Toch wil ik niet uitsluiten, dat de beer net ten westen daarvan de eerste en enige is geweest. Het betreft hier echter geen dijkhuizen van de 19e eeuw of later waardoor dit een zij-pad is en niet het hoofdonderwerp.
Oostelijk van Zaltbommel tellen we een stuk of 5 dijkhuizen. De meest oostelijke staat bekend als de Oude Panoven, een tweetal boerderij-achtige huizen met enkele schuren en schuurtjes. Er is een foto waarop we kijkend vanuit het westen nog een schoorsteen zien staan, maar die is waarschijnlijk van het stoomgemaal waarmee men de hurnse kil droog maalde na hoogwater. Wellicht was de Oude Panoven een reeds lang achterhaald toponiem. Overigens werd er vòòr de 19e eeuw ook veel gewerkt met veldovens die alleen vrij vage sporen achterlaten zoals aangebrande grond met wat baksteen gruis en brokken. Tijdens de laatste dijkverzwaring was dit tussen stad en Kloosterwiel mooi waarneembaar; allemaal ros-rode bodemverkleuringen net buiten de teen van de dijk. Je kon zelfs zien, dat de dijk oorspronkelijk doorliep naar de "kluit" bij de gamerse "aardappelhaven" of veerslob om daar weer af te buigen naar de kern van het dorp.
Hiermee komen we meteen op de dijkverlegging omwille van de bouw van de spoorbrug. Men had bij het plannen van de spoorbrug proefondervindelijk vastgesteld, dat bij het verruimen van de afstroommogelijkheden beneden de brug de hinder van de brughoofden voor de stroom van de Waal het geringst was. Zaltbommel mocht blijven ten koste van Tuil dat voor grote delen geamoveerd werd en noordelijker langs een nieuwe dijk werd herbouwd. Op de linkeroever mocht/moest vooral Gameren ruimte aan de rivier afstaan. De details daarvan vallen binnen het Gamerse verhaal.
Uit praktische overwegingen is de aanpak van de Zaltbommel vereenvoudigd want uitgebreid kaartmateriaal ter vergelijking over elkaar passen is hier nauwelijks nodig. In het buitengebied was het in vergelijking met veel andere dorpen ronduit simpel.
Zaltbommel Waalfront
Deze tekening geeft allerlei verschijnselen weer die nu bestaan en die bestaan hebben, maar verdwenen zijn. De stadsplattegrond is gedeeltelijk weergegeven voor de herkenbaarheid, maar alleen het waalfront is gedetailleerd weergegeven, hier en daar aangevuld met herkenningspunten zoals de kerken en opmerkelijke monumenten waaronder de Beetstraburcht, Bloemendaal 5 en 7 en de bebouwing tussen de schoenmaker en de Molengang, Gamerse straat 58-66. Blauw is weer gereserveerd voor na-oorlogse bebouwing. Het tolhuisje bij de Oenselse poort is ook aangegeven. Rood betreft nu NIET de oudste kadastrale kaartgegevens, maar de veel oudere stadsvestingwerken en stadsmuur.
Om de waterkering aan te geven is voor de huidige situatie goudgeel gebruikt en voor de oudere toestand okergeel. Voor belangrijke delen vallen deze samen, maar er zijn verschillen waardoor ze uiteenlopen. De brug bij de Gamerse poort is aangegeven als houten brug, maar in de 19e eeuw was deze een gemetselde boogbrug met uitzondering van de klapbrug. Dit gold ook voor de Bossche en Oenselse poort.
Op Bolwerk de kat is nog een molen aangegeven die er tot ca 1920 heeft gestaan. Er zijn er zelfs 2 geweest. De plaatselijke woonhuizen of zelfs villa's zijn geplaatst of verhoogd na het afbreken van de molens.
Enkele panden zijn van een groene stip voorzien omdat die veel weg hebben van dijkhuizen, maar veel panden langs het Waalfront zijn met recht aan te duiden als muurhuizen met als duidelijk voorbeeld Waalkade 26 dat met de voorgevel waarschijnlijk op de stadsmuur is gezet en na het zetten van het pand achterover is gaan leunen.
Korte Steigerstraat 16 is nog 60% van zijn oorspronkelijke omvang sinds WO2 toen het oostelijk deel (na beschadiging) is verwijderd. Het had een zeer op de Waal georiënteerd front met een centraal "torentje". Het tot woningen verbouwde pand van de Europese Bibliotheek, Waalkade 34-36 is van na WO2. Waalkade 40 staat gedeeltelijk op een oude muurtoren.
Bij de Waterpoort staan delen van de slijterij Waalkade 8 binnen de "barbacane" van de waterpoort, evenals de oostkant van de Verdraagzaamheid nr 6. De nieuwe woning van scheepsbouwer Meier nr 4 en het kantoor van de polder Bommelerwaard boven de Meidijk staan allemaal buiten de stadsmuur en zouden theoretisch dijkpanden genoemd kunnen worden. Molenwal 1A en 1 samen met Tolstr. 13 staan aan een dijkstoep en zijn ook weer met enige reserve als dijkpanden op te vatten. De Molenwal die op oude foto's soms oogt als een karrespoor kent vooral achterkanten van de Gamersche straat; slechts de nummers 7A, 9, 11, 13tm17 en 23 vertegenwoordigen panden aldaar. De meeste zijn vrij recent.
Het Gezondheidscentrum is gebouwd op een gedempt gedeelte van de stadsgracht en Tivoli (thans 't Zusje) is een buitendijks hotel/herberg. Verder vinden we nog een pand op de oudste kadastrale kaart dat qua positie ongeveer op de oostelijke Bus P van de Beersteeg kan hebben gestaan.
plaatjes:
https://photos.app.goo.gl/wvcTeYiko2mkmjU36
zaltbommel de dijkhuizen
Moderator: josdekloe